Rhino en vaccineren

Rhino symptomen
Geplaatst op: 12 november 2018 in Paarden|Uitgelicht (home)

HET EQUINE HERPESVIRUS

OOK WEL GEKEND ALS RHINOPNEUMONIE OF RHINO

is een besmettelijke infectie, veroorzaakt door een virus van de familie van de herpesvirussen. 80 tot 90% van de paarden komt al in contact met het equine herpesvirus vóór de leeftijd van 2 jaar. Hoewel de term rhinopneumonie doelt op de luchtwegproblematiek, kan deze infectie 3 types van symptomen veroorzaken: 

  1. Luchtwegaandoeningen
  2. Abortus
  3. Zenuwstoornissen

HET EQUINE HERPESVIRUS KOMT WIJD VERSPREID VOOR. BIJNA ALLE PAARDEN ZIJN DRAGER.

Herpesvirussen hebben de typische eigenschap om na infectie slapend in het paard aanwezig te blijven. We zien het bijvoorbeeld ook bij de koortslip bij de mens. Dit mechanisme van slapend dragerschap speelt een cruciale rol in het onderhouden en verspreiden van EHV-1 en EHV-4. 

Eenmaal een paard besmet is, kan het equine herpesvirus levenslang aanwezig blijven. Bijna alle paarden zijn hierdoor drager. Ze vertonen geen klinische symptomen, maar de infectie kan te allen tijde gereactiveerd worden met uitscheiding en verspreiding van virus naar andere paarden. 

SYMPTOMEN

De klinische symptomen van een infectie met rhinopneumonie zijn heel variabel. Het zijn vooral de jonge paarden die heel uitgesproken griepachtige ziekteverschijnselen kunnen vertonen, terwijl de infectie bij oudere paarden vaak onopgemerkt verloopt. Zoals bij vele virale infecties, is een verhoging van de lichaamstemperatuur (kan oplopen tot 41°C) een eerste alarmsignaal.

MIJN PAARD BESCHERMEN

Een goed stalmanagement is de sleutel tot de controle van rhinopneumonie. In normale omstandigheden zullen volgende maatregelen helpen om het verspreiden van virus tegen te gaan:

  • vermijden van stress
  • verdelen van paarden in kleinere groepen
  • isoleren van nieuwe paarden bij aankomst
  • trainings- of sportpaarden scheiden. Ze zijn gevoeliger om besmet te worden (circuleren veel en zijn vaak onderworpen aan de stress van transport en training) en kunnen het virus overdragen naar de andere paarden en drachtige merries met risico op abortus.

VACCINATIE

Vaccinatie speelt natuurlijk eveneens een essentiële rol. Door uw paarden regelmatig te vaccineren behouden ze een vrij goede weerstand tegen het virus. Zo zijn ze zelf beter beschermd tegen de ziekte, maar zullen ze ook minder virus uitscheiden naar andere paarden en de verspreiding van virus verminderen. Vaccinatie kan echter geen 100% bescherming geven en moet daarom gecombineerd worden met een goed management om een hoge infectiedruk te vermijden. Het vaccineren van de hele stal zorgt voor groepsimmuniteit met als gevolg een betere controle van het equine herpesvirus. Voor drachtige merries is het aangeraden te enten op 5, 7 en 9 maanden van de dracht.

Vaccineren, dat is uw paard beschermen, maar ook de anderen!

Bron: Zoetis

 

« Terug naar overzicht