Dieren rond de kerststal

…en de rol van Franciscus van Assisi. In onze kerststal vinden we allerlei dieren: de os, de ezel, de schapen en ook kamelen. Welk verhaal zit er achter deze ongebruikelijke kraamvisite?

Met Kerstmis vieren we de geboorte van het Jezus. De geboorte van Jezus wordt door de christenen en de kerk pas in de vierde eeuw na Christus gevierd, ongeveer driehonderd jaar na zijn overlijden. De oorsprong van de kerststal met zijn dieren is precies bekend. Franciscus van Assisi ( 1181 of 1182- 1226), de invloedrijke monnik uit Noord-Italië en stichter van de Franciskaner orde, krijgt de opdracht om het kerstfeest op een andere manier te vieren…

Franciscus zet dieren in de kerststal

Franciscus was een enorme dierenliefhebber en volgens de overleveringen kon hij met ‘de dieren des velds’ spreken. Toen hij deze kans kreeg, stelde hij in 1223 in de kerk van Greccio in de kerststal een groot aantal dieren op rondom de kribbe. De gelovigen moesten in het begin wel even wennen aan deze nieuwe kijk op de geboorte van het kindje, maar tot de dag van vandaag heeft de kerststal van Franciscus model gestaan voor de volgende 800 jaar. Deze monnik staat ook aan de basis van Werelddierendag, die we op 4 oktober vieren, de gedenkdag van Franciscus.

Tussen de dieren

In het bijbelverhaal van Lucas (2:4-14) wordt ons uitgelegd dat er geen plaats was voor Maria en haar verloofde in de herberg, hoewel zij hoogzwanger was. Daarom werd de pasgeborene gewikkeld in doeken in de kribbe gelegd. De kribbe is de voerplaats, de trog voor de boerderijdieren. Daaruit kan de conclusie worden getrokken dat Jezus tussen de dieren, in de stal ter wereld kwam.

Schapen en herders

‘En in hun nabijheid waren de herders met hem schapen in het veld’. Dat Franciscus de schapen en lammeren bij zijn kerststal plaatste, is met het Bijbelverhaal voor de hand liggend. Deze schapen zijn vetstaartschapen, die als huisdier werden gehouden. Waarschijnlijk zijn dit afstammelingen van de wilde schapen, die voor kwamen in Palestina en de omringende landen. Schapen waren zeer waardevolle dieren in de bijbel. Het leverde vlees, wol en melk, maar werden ook veelvuldig als offerdier gebruikt. Jezus wordt later vaak vergeleken met een schaapsherder, die zijn kudde leidt. De schapen symboliseren ‘het volk Gods’ en Jezus is de ‘Herder’ die over zijn volk Gods zal hoeden.

Os en ezel

De os en de ezel had Jozef waarschijnlijk op zijn reis bij zich voor het transport van Maria, die hoogzwanger was en de bagage en voedsel. Het jonge paar was onderweg van Nazareth naar Bethlehem ter wille van de volkstelling, toen het kind Jezus geboren werd geboren. De ezel was een zeer veel gebruikt last en rijdier, die vooral in bergachtige streken beter voldeed dan een paard. Tijdens zijn intocht in Jeruzalem (vlak voor zijn ter kruisiging) wordt Jezus als een koning binnengehaald op een ezel. Dat Franciscus de os en de ezel in zijn kerststal plaatste, komt waarschijnlijk door de verwijzing in het oude testament ‘Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van de meester, maar Israël (het Joodse volk) heeft geen begrip’. (Jesaja 1:3)

De os is het huisrund, de koe, zoals die werd gehouden in het Bijbelse Israël, de bij de kribbe symboliseert het Jodendom, de ezel zijn de ‘heidenen’, de niet-joden. Hiermee wordt aangegeven dat Jezus voor beiden groepen op aarde is gekomen. ‘De os en de ezel verwarmen de kribbe met hun adem, maar eten het hooi niet’ (Habakuk).

In veel oudere afbeeldingen is de kribbe niet afgebeeld als voederruif, maar als ‘sarcofaag’, als graftombe zoals die gebruikt werd in Egypte, door de Romeinen en Joden uit die tijd. Dit om duidelijk te maken dat Jezus is gekomen op aarde om te lijden en te sterven.

De kameel

Hiermee wordt als regel de dromedaris of ‘eenbulter’ bedoeld. Dit zijn de woestijndieren bij uitstek. Ze zijn jarenlang van onschatbare waarde geweest voor reizen de woestijn en kunnen lange tochten maken, waarbij probleemloos een weekje drinken kan worden overgeslagen. De dromedaris kan 25 procent van zijn lichaamsgewicht aan water verliezen zonder in de problemen te raken. Een mens legt bij 12 procent het loodje.

Op basis van deze kennis heeft Franciscus van Assisi de wijzen uit het oosten met het standaard woestijnvervoermid- del uit die tijd, de dromedaris, laten komen… wel zo praktisch. Ook reisden de drie wijzen in de meest gunstige tijd van het jaar voor het klimaat, in de winter. De bijbel geeft geen aanknopingspunt voor de dromedaris, het schip der woestijn, dat op weinig water vaart. Maar aan het bezit van een dromedaris kon wel een redelijke status worden ontleent. De drie wijzen uit het oosten kwamen Jezus aanbidden en brachten hem vorstelijke geschenken, ,mirre, wierook en het goud.

Cultuur en kerststallen

De kerststallen zijn in alle delen van de wereld anders, afhankelijk van de plaatselijke culturen en gebruiken. Zo zien we bij de kerststallen van de indianen in Noord-Amerika geen os, maar een bizon de kribbe verwarmen bij de kerststal en bij de Tibetanen verschijnt er plotseling een yak. Ook het type en kleur schapen verschillen sterk per streek en cultuur. In Eskimoland, waar schapen en kamelen al helemaal niet voorkomen, zien we dat creatieve missionarissen de lokale wilde dieren van stal halen als toeschouwers van het kindeke Jezus op te treden, zoals een poolvos en een zeehond. De kribbe wordt daar uitgehakt uit een ijsblok om de moeilijke omstandigheden te symboliseren waaronder de geboorte heeft plaatsgevonden. De stal is vervangen door de iglo en de het verhaal is weer toegankelijk gemaakt voor dit deel van de wereldbevolking. Met het gebruik van dieren rond de kerststal krijgt dit mysterie van het christelijke geloof, de geboorte van de zoon God, opeens een menselijk gezicht. Het wordt teruggebracht tot iets wat wij kunnen begrijpen.

Zelfs bij het grootste feest in de kerst en misschien in onze westerse cultuur spelen dieren een hartverwarmende rol en wordt duidelijk dat onze beschaving sterk vervlochten is met domesticatie en het houden van dieren met alle symboliek erbij.

Bron: Peter Klaver voor dierennieuws.nl

Delen via