Vaccinatie

Vaccineren

Met een vaccinatie kun je het afweermechanisme van het paard versterken tegen een virus of bacterie. In de vaccinatie zit een stof die op dit virus of deze bacterie lijkt, maar die geen ziekte veroorzaakt. Op het moment dat een echte indringer het lichaam binnenkomt, kan het afweermechanisme direct reageren. Veulens worden via de eerste moedermelk, de biest, beschermd tegen bepaalde infecties.

Influenza

Influenza bij het paard (paardengriep) wordt veroorzaakt door het equine influenzavirus en is een zeer besmettelijke ziekte die bij paarden en pony’s over de gehele wereld voorkomt. Influenza bij paarden manifesteert zich met hoge koorts en acute respiratoire problemen. Doordat influenza een voorbereidende rol kan spelen bij het aanslaan van diverse andere ziekteverwekkers, kan de ziekte leiden tot chronische luchtwegproblemen. Dit kan weer een sterk negatief effect hebben op de toekomstige prestaties van het paard. Wanneer je aan wedstrijden wilt deelnemen met je paard, dan is een jaarlijkse influenza vaccinatie verplicht.

Rhinopneumonie

Rhinopneumonie wordt veroorzaakt equine herpesvirussen. Deze virussen veroorzaken serieuze schade aan het ademhalingsstelsel, verlammingen aan de achterhand en zelfs abortus bij drachtige merries. Paarden met rhinopneumonie kunnen zeer veel virus uitscheiden waardoor een infectie snel om zich heen kan slaan en andere paarden geïnfecteerd raken.

Vaccinatie tegen rhinopneumonie
Het vaccin Equilis Resequin beschermt paarden tegen rhinopneumonie en influenza. Vaccinatie tegen rhinopneumonie is niet verplicht maar wel raadzaam.
Equilis Resequin:

  • Geeft een brede bescherming aan het paard: tegen rhinopneumonie en influenza.
  • Brede bescherming tegen luchtwegaandoeningen.
  • Veilig voor drachtige merries.
  • Vaccinatie is preventief verplicht in de betere fokkerijen en stoeterijen.

Droes

Droes is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Streptococcus equi. Droes kan voorkomen bij paarden, pony’s, ezels en muildieren van elke leeftijd en elk ras.
Het meeste risico lopen:

  • Paarden jonger dan vijf jaar, in het bijzonder veulens en jaarlingen.
  • Paarden die worden gehouden in grote aantallen en in aanraking komen met andere paarden.
  • Paarden die veel op concoursen en shows komen.

Droes is pijnlijk, moeilijk te behandelen en kan voorkomen bij paarden die er, op het eerste gezicht, volkomen gezond uitzien (circa 10% van de paarden die herstellen, blijft drager). Daarom is het noodzakelijk contact met andere paarden zoveel mogelijk te vermijden.
Binnen een stal of erf kan droes zich snel verspreiden door direct contact tussen paarden of door indirect contact, bijvoorbeeld door gezamenlijke drink- en voederbakken of via zadels en tuig.

Vormen van droes
Keeldroes:dit is de meest voorkomende vorm en is een etterige ontsteking van de keel en de keellymfeklieren aan het hoofd.
Kooierdroes: als alleen de lymfeklieren tussen de kaaktakken ontstoken raken.
Verslagen droes: dit is de meest ernstige vorm: hierbij ontstaan abcessen in organen of in de lymfeklieren van de borst- of buikholte van het paard. Wanneer een dier niet herstelt na het doorbreken van de lymfeklieren bij keeldroes, de koorts aanhoudt en de conditie achteruit gaat, kan de dierenarts vaststellen of er sprake is van verslagen droes. Het verloop van keel- en kooierdroes is meestal goedaardig.

Wanneer een veulen droes heeft, kan bij de merrie een melkklier-ontsteking (mastitis) veroorzaken, waarbij abcessen in het uier kunnen ontstaan.
Droes wordt gekenmerkt door:

  • Een verhoogde temperatuur.
  • Afscheiding van slijm uit de neusgaten.
  • Hoesten.
  • Lymfknoopabcessen.
  • Benauwdheid.

Soms zijn de klinische verschijnselen zo duidelijk dat de dierenarts gemakkelijk de diagnose kan stellen. Dit is echter niet altijd het geval en soms moeten er neusswabs genomen worden voor verder onderzoek. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de diagnose van een dierenarts altijd noodzakelijk is, aangezien een paard dat een aantal van de bovengenoemde symptomen vertoont ook een andere aandoening kan hebben.

Indien de diagnose tijdig wordt gesteld kan droes worden behandeld met antibiotica. Indien de diagnose echter plaatsvindt nadat zich abcessen hebben gevormd, moet de dierenarts deze soms opensnijden om pus te verwijderen. De meeste paarden herstellen volledig, terwijl 1% van de gevallen dodelijk blijkt te zijn.
Tot 10% van de paarden kan “verslagen droes” krijgen, dat wordt gekenmerkt door abcessen in het gehele lichaam. Paarden met verslagen droes herstellen zelden volledig.

Quarantaine: Als het eerste geval van droes wordt geconstateerd, lopen alle andere paarden in de stal een groot risico.

  • Het besmette paard moet van de andere paarden worden geïsoleerd.
  • Er mogen geen nieuwe paarden in de stal worden toegelaten.
  • Alle andere paarden in de stal moeten nauwkeurig in de gaten worden gehouden om nieuwe gevallen
    van droes zo snel mogelijk vast te stellen.
  • Personen die regelmatig in contact komen met paarden buiten de stal moeten zoveel mogelijk
    wegblijven van de besmette stal.

In de praktijk betekent dit dat de stal min of meer gesloten wordt. Helaas kan deze situatie wel maanden duren.

Preventie:
Verscheidene maatregelen kunnen worden genomen om droes zoveel mogelijk te beperken:

  • Probeer contact met andere paarden zoveel mogelijk te vermijden.
  • Zorg dat de stal niet overvol wordt.
  • Houd nieuwe paarden eerst enkele weken in quarantaine.
  • Een vaccin om droes te voorkomen is nu beschikbaar: Equilis StrepE.

Enten tegen droes
Uw paard kan ook tegen droes ingeënt worden. Veulens kunnen vanaf een leeftijd van 4 maanden voor de eerste keer tegen droes geënt worden, de 2e enting vindt dan 4 weken later plaats, na de 2e enting, moeten de dieren om de 6 maanden tegen droes geënt worden. Voor een dier wat al volwassen is geldt eigenlijk hetzelfde de 2e enting volgt 4 weken na de eerste enting. Na de 2e enting moet het paard iedere 6 maanden geënt worden om beschermd te blijven tegen droes.
Het vaccin wordt toegediend door injectie van een kleine dosis in de bovenlip. Na de vaccinatie ontstaat een kleine puist aan de binnenkant van de lip. Dit is normaal. De puist verdwijnt binnen enkele dagen.
Bij sommige paarden kan een zwelling van de bovenlip en mond ontstaan. In het algemeen is deze niet pijnlijk en zal de eetlust en het gedrag niet worden beïnvloed. Sommige paarden kunnen een paar dagen het bit niet goed verdragen. Bij volgende vaccinaties zal de zwellingreactie minder zijn.