Het belang van een gezond paardengebit

Een goed functionerend gebit is essentieel voor de gezondheid en het welzijn van elk paard. Toch krijgt het gebit in de dagelijkse verzorging soms minder aandacht dan andere onderdelen van het paardenlichaam, zoals de rug, benen of hoeven. In de praktijk van Dierenkliniek Den Ham – Afdeling Paard zien we regelmatig dat gebitsproblemen pas laat worden opgemerkt, terwijl tijdige signalering veel ongemak en vervolgschade kan voorkomen.

Onze collega Marlies Verkade, Europees en Nederlands Specialist Paarden Chirurgie, deelt haar kennis over veelvoorkomende gebitsaandoeningen, het nut van preventieve controles én de stappen die soms nodig zijn wanneer ingrijpen onvermijdelijk wordt.

Het paardengebit: continu in ontwikkeling

Het gebit van een paard is een levend systeem dat zich een leven lang blijft ontwikkelen. De kiezen groeien door en slijten tegelijkertijd af door het kauwen van ruwvoer. Die natuurlijke slijtage verloopt echter niet altijd evenwichtig. Juist daarom zijn regelmatige gebitscontroles van groot belang.

Een paard beschikt over 12 snijtanden en 24 kiezen, die samen zorgen voor het efficiënt opnemen en fijnmalen van voedsel. Tijdens de eerste levensjaren wisselen paarden hun melktanden en -kiezen, waarbij tot het vijfde levensjaar veel veranderingen optreden in het gebit.

Daarnaast kunnen er ook zogenaamde wolfskiezen aanwezig zijn. Deze kleine kiesjes bevinden zich meestal voor de eerste kiezen in de bovenkaak, hebben geen functionele waarde en kunnen problemen geven in combinatie met het bit. In veel gevallen wordt daarom geadviseerd deze preventief te verwijderen.

Preventie begint jong

Hoewel vroeger vaak werd gewacht met gebitscontroles tot het volledige wisselgebit aanwezig was, weten we nu dat vroegtijdige inspectie juist van groot belang is.

Bij jonge paarden (2–6 jaar) treden tijdens het wisselen regelmatig afwijkingen op, zoals scheefstand of het vasthouden van melkkiezen. Wanneer deze tijdig worden ontdekt, kan verdere schade worden voorkomen. Daarom adviseren wij:

  • Tussen 2 en 6 jaar: controle elke 6 maanden

  • Van 6 tot 15 jaar: jaarlijkse controle

  • Vanaf 15 jaar: opnieuw elke 6 maanden, vanwege slijtage en ouderdomsproblemen

Een goede gebitsinspectie gebeurt altijd met een sedatie, een mondsperder, professionele verlichting en een spiegeltje. Alleen dan kan het gebit volledig en zorgvuldig worden beoordeeld.

Veelvoorkomende aandoeningen

Een disbalans in het gebit kan leiden tot haken (scherpe randen) op de kiezen, wat het normale kauwpatroon verstoort. Hierdoor kan voer onvoldoende worden vermalen en kunnen er zelfs ruimtes tussen de kiezen ontstaan (diastases), waarin voedsel zich ophoopt. Dit veroorzaakt ontstekingen aan het tandvlees, met soms ernstige gevolgen.

Symptomen die kunnen wijzen op gebitsproblemen zijn onder andere:

  • Proppen maken van hooi

  • Moeite met kauwen of scheefhouden van het hoofd

  • Slechte adem of stinkende neusuitvloeiing

  • Zwellingen in de kaak

  • Rijtechnische problemen of hoofdschudden

Bij het vermoeden van gebitsproblemen is het belangrijk tijdig een dierenarts in te schakelen voor een volledig gebitsonderzoek.

Kiesextracties: wanneer trekken noodzakelijk is

In sommige gevallen is er sprake van een kieswortelontsteking of een afgebroken kies. Dan is het verwijderen van de betreffende kies (extractie) de meest aangewezen behandeling.

Een extractie gebeurt bij voorkeur staand onder sedatie, in combinatie met lokale verdoving. Met lange, specialistische instrumenten wordt de kies losgemaakt uit de tandkas. Wanneer de kroon afbreekt of de kies slecht bereikbaar is, kan een benadering via de wang nodig zijn. In sommige gevallen wordt een schroef gebruikt om de kies alsnog volledig te kunnen verwijderen.

Na de extractie wordt de wond zorgvuldig gecontroleerd en afgesloten met een siliconen plug (bisico), om het herstelproces te ondersteunen en voedselinwerking te voorkomen.

Nazorg en prognose

Ongeveer vier weken na de ingreep volgt een controle om de genezing te beoordelen en de plug indien nodig te verwijderen. De tandkas vult zich geleidelijk met gezond weefsel.

Wel is het belangrijk om de tegenoverliggende kies goed te blijven monitoren: doordat deze geen contact meer maakt met een ‘partnerkies’, zal hij niet vanzelf afslijten. Halfjaarlijkse controles blijven dan ook essentieel.

De prognose na een kiesextractie is over het algemeen zeer goed, mits de nazorg zorgvuldig wordt uitgevoerd en het paard periodiek wordt gecontroleerd.

Samenvattend

Een gezond gebit draagt bij aan een gezond paard – zowel in het dagelijks functioneren als in de sport. Door regelmatig te controleren, problemen tijdig te signaleren en deskundig in te grijpen waar nodig, kunnen we veel pijn, ongemak en prestatieverlies voorkomen.

Wil je advies over de gebitsverzorging van jouw paard, of is het tijd voor een controle? Neem dan contact op met ons team van Dierenkliniek Den Ham – Afdeling Paard. Wij staan voor je klaar. Bel naar 0546 672 600. 

Delen via