Sarcoïden
Sarcoïden, welke behandelopties zijn er?
Wat is een sarcoïd?
Sarcoïd of Equine Sarcoïd is een van de meest voorkomende, goedaardige, huidtumor bij het paard. Bij het ontstaan van een equine sarcoïd speelt het Boviene PapillomaVirus (BPV) een belangrijke rol. Dit wrat-virus, welke bij koeien typische wratachtige letsels veroorzaakt, kan na overdracht (door bijvoorbeeld vliegen) de lokaal beschadigde paardenhuid infecteren. De infectie beperkt zich gelukkig nagenoeg altijd tot de huid (z.g.n. dermis) en ontwikkelt daardoor zichtbare veranderingen in de opperhuid (z.g.n. epidermis). In tegenstelling tot de meeste kwaadaardige tumoren, “zaait” equine sarcoïd dus niet uit!
Voorkomen
Een equine sarcoïd kan in principe op ieder deel van het paardenlichaam voorkomen, maar vochtige en dunbehaarde plekken lijken het meest aangetast. Dit zijn meestal ook de plekken waar veel vliegen voorkomen.
Hoewel uit onderzoek is gebleken dat het ras, het geslacht, de kleur en de leeftijd geen rol spelen bij het ontstaan van equine sarcoïd, bestaat er wel een bepaalde genetische aanleg voor de vatbaarheid en ontwikkeling van equine sarcoïd. Zo bestaan er bepaalde familiaire lijntjes waarbij equine sarcoïd veelvuldig voorkomt. Door deze genetische basis, blijken bepaalde lijntjes meer gevoelig voor besmetting met het BPV virus, en dus de kans op ontwikkeling van equine sarcoïd.
Groeisnelheid
De groeisnelheid van equine sarcoïd is erg variabel. Sommige sarcoïden blijven jarenlang hetzelfde, en andere kunnen van het ene op het ander moment zeer snel in omvang (lees enkele weken) toenemen. Meestal gaat daar een bepaalde activatie, zoals een trauma/beschadiging, aan vooraf.
Door de beperkte lokale effecten en het goedaardige karakter van deze tumoren, is equine sarcoïd zelden levensbedreigend. Toch kan de tumor door zijn grootte en/of locatie erg ongewenst zijn. Zo kunnen bijvoorbeeld bepaalde equine sarcoïden ter hoogte van het bovenste ooglid, bij toenemende groei, het oog beschadigen.
6 verschillende vormen
1. De verruceuze vorm (wratachtig type).
Deze vorm komt het meest voor en valt te herkennen aan de schilferachtige/wratachtige structuur van de huid. Ze groeien meestal traag, maar kunnen na beschadiging veranderen naar een verruceuze en/of fibroblastische vorm.

2. De nodulaire vorm (knobbelvormig type)
Deze vorm uit zich typisch door de aanwezigheid van enkele of meerdere kleine tot middelgrote bultjes/knobbeltjes in de huid.

3. De fibroblastische vorm (“vlezig/bindweefsel” type)
Deze vorm typeert zich door de groei en aanwezigheid van een of meerdere “vlezige” massa’s (variërend van klein tot erg groot). Doordat deze “vlezige” massa’s sterk doorbloedt zijn, kunnen deze bij lichte aanraking snel bloeden.

4. De occulte vorm (kale/schimmelachtige type)
Deze vorm lijkt in het begin vaak erg op een lokale, kringvormige, schimmelinfectie van de huid. Met het verloop van de tijd kan de kringvorm veranderen.

5. De gemengde vorm
Deze vorm, zoals de term al suggereert, is een mix van de eerder genoemde sarcoïdentypen.
6. De kwaadaardige vorm
Dit is een vrij zeldzame, maar zeer agressieve vorm. Deze vorm kan door verspreiding via de lymfevaten in de diepere onderliggende weefsels groeien.

Diagnose van equine sarcoïd
Voordat de beste behandeloptie geselecteerd kan worden, is het van groot belang om de diagnose equine sarcoïd met zekerheid te stellen. Zo bestaan er verschillende andere huidaandoeningen, zoals een schimmelinfectie, melanomen, wildvlees, habronemiasis etc, die erg op een equine sarcoïd kunnen lijken. Bovendien is het belangrijk om het sarcoïd-type en het stadium van de groei te bepalen.
Er zijn 3 manieren om equine sarcoïd met zekerheid vast te stellen, namelijk:
- Klinisch onderzoek door de dierenarts
- Weefselonderzoek (zgn Histopathologie)
- PCR test op het BPV DNA
Behandelopties voor equine sarcoïd
Elk equine sarcoïd is verschillend en daarom wordt er door de dierenarts de beste behandeling per tumor (type en locatie) bepaald. Helaas bestaat er, ondanks de geselecteerde methode en het zorgvuldig uitvoeren ervan, altijd een kans op een recidief (= teruggroei van de tumor). Gemiddeld gezien hebben de meeste behandelmethodes een succespercentage van 70-80%.
Om de kans op een recidief zoveel mogelijk te beperken, dient equine sarcoïd steeds zo grondig mogelijk behandeld te worden. Equine sarcoïd heeft namelijk vele microscopische kleine vertakkingen, die niet met het blote oog te zien zijn. Het zichtbare stukje equine sarcoïd is dus slechts het “topje van de ijsberg”. Deze kleine vertakkingen (meestal tot 2cm rondom het zichtbare deel van het equine sarcoïd) moeten steeds meegenomen worden in de behandelkeuze.
Chirurgische behandelmethodes:
• Standaard chirurgische excisie – het breed omsnijden van de tumor, via de zogenaamde non-touch procedure
• Elektrische chirurgisch excisie – het breed omsnijden van de tumor mbv een elektrisch scalpel
• CO2 Laser chirurgische excisie – het breed omsnijden van de tumor mbv een LASER
• Cryochirurgie – het herhaaldelijk bevriezen van de tumor met vloeibare stikstof
Niet chirurgische behandelmethodes:
• Chemotherapie – het lokaal infiltreren van de tumor met een cytostaticum (doodt tumorcellen)
• Elektro-chemotherapie – Idem aan chemotherapie, maar door krachtige elektrische impulsen worden er kleine “gaatjes” in de wand van de tumorcellen gecreëerd, zodat het cytostaticum makkelijker de tumorcellen binnen kan dringen
• Lokale chemotherapie -specifieke anti-tumorale zalven
• Radiotherapie -het bestralen van de tumorcellen
• Immunotherapie – BCG vaccinatie – Autogene vaccinatie