Verschillende soorten keuringen

Bij Dierenkliniek Den Ham zijn verschillende keuringen mogelijk. De onderstaande keuringen worden hier verder toegelicht.

  • PROK-keuring / ELITE-predicaat
  • Sportkeuring
  • Nakomelingenonderzoek
  • OC-screening
  • Controle op cornage

PROK-keuring

PROK keuring is de afkorting voor: Project Röntgenologisch Onderzoek KWPN. Er worden röntgenfoto’s gemaakt van de gewrichten van de merrie, die uitsluitend gericht zijn op de röntgenologische afwijkingen, waarvan bekend is dat ze erfelijk zijn, te weten: hoefkatrolontsteking, spat, osteochondrose (OC) en osteochondrosis dissecans (OCD) en in mindere mate kogelartrose. De set van 22 röntgenopnamen worden door ons uitgeprint en opgestuurd naar de PROK-commissie. Daar vindt de officiële beoordeling plaats door drie onafhankelijke dierenartsen.

Het paard heeft voldaan aan de norm voor röntgenologisch onderzoek indien voor elk van de kenmerken wordt voldaan aan onderstaande klasse-indeling:
– Kogelarthrose klasse 0-1-2-3
– Spat klasse 0-1-2
– Straalbeen klasse 0-1-2
– Sesambeentjes klasse 0-1-2-3-4

Een paard heeft voldaan aan de norm voor röntgenologisch onderzoek in het kader van osteochondrose indien voor elk van de kenmerken wordt voldaan aan onderstaande klasse-indeling:
– Spronggewricht klasse A of klasse B
– Kniegewricht klasse A of klasse B
– Kogels vóór klasse A t/m E
– Kogels achter klasse A t/m E

De beoordeling wordt naar u gestuurd in de vorm van een PROK-Certificaat. Dit certificaat krijgt u altijd toegestuurd. Valt de score binnen de gestelde normen (zie boven), dan is uw paard PROK goedgekeurd en krijgt het PROK-Predikaat, en wordt dit op het stamboekpapier vermeld.

De P.R.O.K. keuring kan plaatsvinden na 1 september van het jaar waarin het paard 2 jaar is geworden. D.m.v. het P.R.O.K. certificaat kan een fokker, de kans op een gezonde nakomeling vergroten. Het is een kwaliteitskenmerk voor de fokkerij. Het zegt verder niets over het karakter van de merrie en haar eventuele sportprestaties. Het geeft ook geen 100% uitsluitsel op ‘schone’ veulens. Indien uw merrie tevens het keurpredicaat heeft, wordt ze automatisch elite.

Voor toekenning van het ELITE predicaat zijn bepaalde voorwaarden gesteld aan de uitslag van het PROK-onderzoek van uw merrie.
Toekenning van het Elite predicaat is alleen mogelijk in dien de PROK beoordeling van:
– het straalbeen valt binnen klasse 0-2
– kogelartrose valt binnen de klasse 0-3 (dit onderdeel wordt beoordeeld op de z.g.
sesambeenopnamen.)
– het spronggewricht (spat) valt binnen de klasse 0-2
– in sprong- en kniegewricht geen aanwijzingen zijn aangetroffen welke duiden op
Osteochondrose (+ of)

Indien uw keurmerrie in aanmerking komt voor het Elite predicaat dient u het originele stamboekpapier met een kopie van het PROK-Certificaat naar de KWPN toe te sturen.

Sportkeuring

Bij een sportkeuring wordt er gekeken naar de kwaliteit van het beenwerk met oog op de beoogde sportprestaties die uw paard moet gaan leveren. Dit wordt aan de hand van 20-22 röntgenfoto’s gedaan. Er wordt hier niet, zoals bij de PROK-keuring gekeken naar de erfelijk belaste factoren. Een ander verschil is dat de kogels een belangrijk onderdeel zijn  in de sportkeuring. Wanneer uw paard PROK-waardig is, wil dat niet zeggen dat deze ook sport goedgekeurd is! En andersom geldt natuurlijk hetzelfde.

Nakomelingen onderzoek

Het nakomelingenonderzoek maakt onderdeel uit van de selectie tegen osteochondrose. Osteochondrose is een aandoening in de gewrichten die een paard pijn kan bezorgen. Het bestrijden ervan is nog niet zo eenvoudig omdat het een dynamisch proces is dat optreedt in de groeifase van het veulen en afhankelijk is van erfelijke en omgevingsfactoren. Het KWPN heeft ervoor gekozen het erfelijke aspect te bestrijden. Op de gewrichten van een paard dat weinig of geen erfelijke aanleg heeft om OC te ontwikkelen, hebben ongunstige omgevingsfactoren namelijk weinig of geen vat. Voorbeelden van ongunstige factoren zijn een koolhydraatrijk rantsoen en weinig beweging.

Osteochondrose
De schade die osteochondrose in de gewrichten berokkent is aanzienlijk. Schattingen spreken van 25% van de warmbloedpaardenpopulatie die kampt met OC, waarbij sommige onderzoekers denken dat dit percentage wel eens hoger zou kunnen liggen. Naast het feit dat een paard met OC in de handel minder oplevert, de kosten voor operaties hoog zijn en de schade voor de sector hierdoor jaarlijks in de miljoenen loopt, zijn er nog andere kanten aan het verhaal. De teleurstelling voor een fokker of eigenaar als bij zijn veelbelovende jonge paard OC wordt geconstateerd is niet in geld uit te drukken. Ook in het kader van welzijn moet het KWPN als stamboek haar verantwoordelijkheid nemen. Paarden met OC hebben een grotere kans om uit te vallen door kreupelheid en belanden vaak op de operatietafel. Het verlies van genetisch interessante fokdieren kan worden verminderd als de frequentie van het voorkomen van OC wordt teruggedrongen. Allemaal redenen om de selectie tegen OC efficiënter te laten verlopen. Daarnaast staan KWPN-paarden wereldwijd bekend als gezonde, duurzame paarden. Met innovatieve onderzoeken wil het KWPN deze gezondheid uitbouwen en versterken.

Selectie tegen OC
De selectie tegen OC is al gestart in 1987. Vanaf dat moment is het voor goedgekeurde hengsten vereist dat ze OC-negatief zijn. Eerst werd alleen gecontroleerd op OC in het spronggewricht, vanaf 1993 ook in de achterknie. De huidige manier van selectie is goed en heeft zeker ook zijn effect. Feit is immers dat OC erfelijk is en als dan consequent hengsten die positief zijn uitgesloten worden voor de fokkerij, dan kan het niet anders of het leidt tot een verbeterde OC-situatie van de paarden.

De röntgenfoto’s van de hengst zelf zijn dus waardevol, maar zijn werkelijke genetische aanleg voor OC komt er niet betrouwbaar genoeg mee in beeld. Het gegeven dat een hengst zelf al dan niet een lichte mate van OC laat zien, is heel belangrijke informatie, maar zegt niet alles over zijn erfelijke aanleg. Vergelijk het maar met de sport: het is heel waardevol om te weten dat een hengst zelf goed presteert in de sport, maar we weten daarmee niet automatisch of hij ook goed fokt en kinderen geeft die ook goed presteren. En zoals het bij sportkenmerken gaat, zo geldt ook voor OC dat de nakomelingen de erfelijke aanleg van een hengst betrouwbaar in beeld brengen. Die betrouwbaarheid is vele malen groter dan het röntgenbeeld van alleen de hengst zelf.

Nakomelingenonderzoek
In 2009 is het nakomelingenonderzoek van start gegaan met het standaard röntgenen van de eerste jaarlingen van een hengst na goedkeuring. Gestart werd met de nakomelingen van hengsten die in het voorjaar van 2007 zijn goedgekeurd en dus hun eerste veulens in 2008 kregen. Doel van het nakomelingenonderzoek is om uiteindelijk in te kunnen schatten in welke vorm een hengst bijdraagt aan het voorkomen van OC in een populatie. Dit alles draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de nieuwe generatie en daarmee aan de toekomstige fokpopulatie. bron: www.kwpn.nl

OC-screening

Op jonge leeftijd kan u bij uw jaarling een onderzoek laten verrichten op OC of OCD.
Dit heeft als voordeel dat op vrij jonge leeftijd al geselecteerd kan worden op OC/OCD in de kogel, sprong of knie. Dit onderzoek betreft minimaal 8 opnamen t.w. 1 per kogel, 1 per sprong en 1 per knie.

Bij OC is er sprake van een verkeerde verbeening van het kraakbeen tot het bot. Bij OCD is er een klein stukje bot vrij gekomen en zweeft in de kapsels, dit komt meestal voort uit OC.
Wanneer er veel belasting heeft plaats gevonden op het gewricht waar de OC zich bevindt, omdat het bot hier een stuk fragieler is, breekt er makkelijk een stukje af.
OC ontstaat in de ontwikkelingsfase van het veulen en is zichtbaar tussen de 6- 15 maanden. Als het veulen 1,5 jaar is, heeft het kraakbeen zich zo goed als omgezet in bot en zijn geen grote veranderingen meer zichtbaar en is het daarom verstandig om de jaarling rontgenologisch te laten keuren.

Redenen van OC/ OCD:

  • Erfelijk: verkregen door merrie of hengst
  • Te snelle groei of juist te langzaam
  • Een trauma van buitenaf, door een schop van een ander jaarling/ ouders of zelf tegen iets te hard aan schoppen

Cornage

De voor het onderzoek dienen de opnames gemaakt te zijn na 1 december van het jaar, waarin het betrokken paard de leeftijd van twee jaar bereikt.

Bij Cornage is er een verlamming opgetreden van de stemband, meestal de linker, hierdoor wordt de luchtdoorgang door de keel, via het strottenhoofd (larynx) richting luchtpijp en longen vernauwd.
Door verval van de zenuw, die de spier aanstuurt die de stemspleet opent, ontstaat er verlamming van de stemband. In 95 procent van de gevallen betreft het een zenuwaandoening met een erfelijke achtergrond. Het KWPN, screent daarom al jaren op cornage.

Diagnose
Bij corneurs hoor je een typisch fluitend/gierend geluid, dat meestal optreedt als het paard aan het werk wordt gezet. Door bepaalde hoofdhoudingen, komt het strottenhoofd extra in de knel.
Bij aankoopkeuringen zullen wij uw paard daarom altijd een inspanningstest laten doen in de vorm van longeerwerk op de harde en zachte bodem. Na deze inspanning controleert de arts de longen.
Bij een endoscopie wordt er met behulp van een flexibele camerabuis geïnspecteerd in het inwendig, keel-gebied.
De paarden voldoen aan de norm indien ze beschikken over een normaal en goed functionerend ademhalingsapparaat en vrij zijn van cornage en een normaal geluid maken tijdens ademhaling in rust en tijdens arbeid.

Uw paard is een corneur, wat nu?
De behandeling voor uw paard is opereren. Een ingrijpende operatie, maar wel een operatie die goede resultaten boekt.